Bel 112 als u na een klap op de kaak moeilijk kunt ademen of veel bloed verliest. Passen uw tanden of kiezen na een val of klap ineens anders op elkaar, of krijgt u uw mond moeilijk open? Bel dan direct uw huisarts of, buiten openingstijden, de huisartsen-spoedpost. Deze klachten kunnen wijzen op een gebroken kaak.
Bij een vermoeden van een kaakbreuk onderzoekt de kaakchirurg hoe uw tanden en kiezen op elkaar passen en hoe u uw kaak kunt bewegen. Vaak is ook een röntgenfoto of scan nodig. Afhankelijk van de plaats van de breuk, de stand van het bot en uw beet bespreekt de kaakchirurg met u of controles en aangepaste voeding voldoende zijn, of dat een spalk of operatie nodig is.
Wat controleert de kaakchirurg na een ongeval?
De kaakchirurg vraagt hoe uw tanden en kiezen vóór het ongeval op elkaar pasten. Dat noemen we uw beet. Raken uw kiezen elkaar nu bijvoorbeeld eerst aan één kant, terwijl ze voorheen aan beide kanten tegelijk op elkaar kwamen? Vertel dat bij het onderzoek. Geef ook aan of u sinds het ongeval minder gevoel in uw onderlip heeft.
De kaakchirurg bekijkt uw gebit, controleert of er tanden loszitten en onderzoekt hoe ver u uw mond kunt openen en of uw onderkaak daarbij naar één kant beweegt. Een röntgenfoto of scan kan laten zien waar de bovenkaak of onderkaak gebroken is en of de botdelen zijn verschoven.
Wanneer zijn controles voldoende en wanneer is een spalk of operatie nodig?
Het doel is dat het bot in de juiste stand vastgroeit en dat uw tanden en kiezen weer op elkaar passen zoals vóór het ongeval. Welke behandeling daarbij helpt, verschilt per breuk.
- Bij sommige stabiele breuken waarbij uw beet goed is, kan de kaak genezen met zachte voeding en regelmatige controles. De kaakchirurg volgt dan of uw beet goed blijft en hoe uw kaak beweegt.
- Als de kaken tijdens het herstel steun nodig hebben om goed op elkaar te blijven passen, kan de kaakchirurg een gebitsspalk aanbrengen. Dit is een boogje dat aan de tanden vastzit. Elastiekjes tussen boven- en onderkaak kunnen uw beet helpen sturen.
- Als de botdelen zijn verschoven en zonder operatie onvoldoende op hun plaats blijven, kan de kaakchirurg een operatie adviseren. De chirurg brengt de botdelen dan in de juiste stand en zet ze vast met kleine plaatjes en schroefjes.
Wat kunt u de eerste weken eten met een gebroken kaak?
Volgens de nazorginformatie van MKA groep over aangezichtsletsel moet u de kaak de eerste vier tot zes weken ontzien. Kies in die periode voor vloeibaar of zacht eten waarop u niet hoeft te kauwen, zoals yoghurt, gladde soep of puree. Volg de afspraken met uw eigen kaakchirurg over wanneer u weer mag kauwen.
Na een operatie kan uw gezicht de eerste dagen dik zijn. Meestal begint de zwelling na ongeveer drie dagen af te nemen. Heeft u elastiekjes gekregen? Volg dan de uitleg van uw behandelteam over wanneer u ze mag uitdoen en hoe u ze terugplaatst.
Wat bespreekt u tijdens de vervolgafspraak?
Bij de controle kijkt de kaakchirurg opnieuw naar uw beet en naar het openen en sluiten van uw mond. Heeft u een spalk of elastiekjes, dan controleert de chirurg ook of die nog goed zitten. Vertel wat u thuis merkt, bijvoorbeeld dat uw kiezen aan één kant nog niet op elkaar komen of dat eten moeilijk blijft.
Vraag wat u tot de volgende controle met uw kaak mag doen. Wanneer mag u steviger voedsel proberen? Zijn kaakoefeningen voor uw breuk zinvol en, zo ja, hoe voert u die uit?
Bij welke klachten moet u na de behandeling eerder bellen?
Bel dezelfde dag uw behandelend kaakchirurg als uw beet plotseling verandert, een draadje of elastiekje losraakt, of de pijn of zwelling na enkele dagen juist toeneemt. Bel ook bij koorts als u zich ziek voelt. Wacht bij deze klachten niet tot uw vervolgafspraak. Krijgt u moeite met ademhalen, bel dan direct 112.
Bent u behandeld door MKA groep? Bel 088 190 190 1. Op werkdagen bereikt u van 08.00 tot 17.00 uur het patiëntcontactcentrum. Bij spoed buiten openingstijden belt u hetzelfde nummer. Blijf na het voicemailbericht aan de lijn en kies uw regio om te worden doorverbonden.