Een sinuslift is een vorm van botopbouw achter in de bovenkaak. De ingreep kan nodig zijn als er op de plek van een ontbrekende kies te weinig bot onder de kaakholte zit om een implantaat stevig vast te zetten. De kaakchirurg tilt het slijmvlies op dat de kaakholte bekleedt. Zo ontstaat er onder het slijmvlies ruimte voor nieuw bot.
Hoeveel bot er nu al zit, bepaalt mede of u het implantaat tijdens de sinuslift kunt krijgen of dat het bot eerst moet genezen. Vraag de kaakchirurg om op uw röntgenfoto te laten zien waar het implantaat komt en welk deel van het bot moet worden opgebouwd.
Hoe ziet de kaakchirurg of u een sinuslift nodig heeft?
De kaakholte is een met lucht gevulde ruimte naast uw neus, boven de kiezen in uw bovenkaak. Hoe hoog het bot onder die holte is, verschilt per persoon en per kies. De kaakchirurg onderzoekt uw mond en bekijkt op een röntgenfoto of scan hoeveel bot er op de geplande plek beschikbaar is.
Heeft het implantaat daar voldoende houvast, dan is een sinuslift doorgaans niet nodig. Is het bot te laag, dan bespreekt de kaakchirurg of een sinuslift zinvol is. Soms past een andere oplossing bij uw gebit, zoals een korter implantaat of een brug die op uw eigen tanden of kiezen steunt.
Wat gebeurt er tijdens een sinuslift en wat voelt u?
Na de verdoving bereikt de kaakchirurg de bodem van de kaakholte via de plek waar het implantaat komt of via een kleine opening aan de wangzijde van de bovenkaak. De chirurg maakt het slijmvlies voorzichtig los en brengt er zo nodig eigen bot of botvervangend materiaal onder aan. In die ruimte kan uw eigen bot groeien. Bij plaatselijke verdoving kunt u tijdens de ingreep druk of trillingen voelen. Voelt u pijn, geef dat dan meteen aan.
Het doel van een sinuslift verschilt van het sluiten van een opening tussen de mond en de kaakholte. Zo’n verbinding kan bijvoorbeeld ontstaan na het trekken van een bovenkies. De kaakchirurg sluit dan de opening om de mond en de kaakholte weer van elkaar te scheiden.
Wat kunt u na een sinuslift verwachten?
Als de verdoving uitwerkt, kan de wond gevoelig zijn. Uw wang kan opzetten of blauw worden. Ook kunt u aan de behandelde kant een vol gevoel in de kaakholte hebben. Gebruik pijnstillers volgens het advies van uw behandelaar en volg de instructies voor het schoonhouden van uw mond.
Snuit uw neus niet zolang de kaakchirurg dat afraadt. Bij het snuiten ontstaat druk in de kaakholte, juist op de plek die moet genezen. Vraag vóór u naar huis gaat hoelang dit advies voor u geldt. De patiëntenfolder over sinuslifting en botopbouw van het Catharina Ziekenhuis geeft meer uitleg over het herstel.
Wanneer moet u na een sinuslift bellen?
Bel dezelfde dag uw behandelend kaakchirurg als u koorts krijgt of als de pijn of zwelling na een aanvankelijke verbetering weer toeneemt. Bel direct bij een aanhoudende, helderrode bloeding. Gebruik buiten kantooruren het spoednummer uit uw nazorginstructies. Bent u bij MKA groep behandeld, dan kunt u bellen naar 088 190 190 1.
Wat controleert de kaakchirurg en wanneer krijgt u het implantaat?
Bij de eerste controle bekijkt de kaakchirurg of de wond in uw mond goed sluit en of er tekenen van ontsteking zijn. Bespreek dan ook hoe de pijn, de zwelling en het gevoel in uw wang zich ontwikkelen. Het tandvlees kan al genezen zijn terwijl het bot eronder nog tijd nodig heeft.
Als het implantaat tijdens de sinuslift is geplaatst
Soms biedt het bestaande kaakbot al genoeg houvast om het implantaat bij dezelfde ingreep vast te zetten. Het implantaat moet daarna nog in het bot vastgroeien. Bij de vervolgcontrole beoordeelt de behandelaar wanneer het implantaat voldoende vastzit om de kroon of brug te dragen.
Als u eerst alleen een sinuslift krijgt
Kan het implantaat nog niet stevig worden vastgezet, dan krijgt het nieuwe bot eerst tijd om te groeien. De kaakchirurg beoordeelt bij een vervolgafspraak of er voldoende bot is voor het implantaat. Het moment van plaatsen hangt onder meer af van hoeveel bot er moest worden opgebouwd en hoe het bij u geneest.